De mythe Alfa Romeo
Het ultieme Italiaanse levensgevoel
Alfa Romeo. Alleen de klank van de naam al roept associaties op met Italië en met opvallende, sportieve auto's. Alfa Romeo, dat is voor de één perfect design, voor de ander de automobiel geworden hunkering naar Italië, die alle mensen uit het Noorden voelen.
Voor Italianen is Alfa Romeo een stuk van hun vaderland - nog in de jaren '80 stonden er in de kranten paginagrote advertenties met de slogan "Verdedig de Italiaanse werkgelegenheid en technologie: koop Alfa Romeo". Wat iemands persoonlijke mening over dit automerk ook is, feit is dat iemand die er van droomt om over schilderachtige wegen een avontuurlijke reis naar de jaren '50 te maken, dat maar op één manier kan doen: achter het stuur van een Alfa Romeo. Dolce vita en Alfa Romeo horen samen als Roberto Rossellini en Ingrid Bergman, als Celentano en 'Azzurro', als mode en Italië. Nergens komt het Italiaanse levensgevoel van die tijd beter tot uitdrukking dan bij Alfa Romeo.
Wie het betalen kon, reed Alfa Romeo. Met een voor de tijd vlak na de oorlog ongewoon groot scala aan coupés, cabriolets en limousines richtte Alfa Romeo zich in de jaren '50 en '60 op de Europese jetset tussen Amalfi en Cortina, tussen St. Tropez en Portofino. Het beroemde merk had niet alleen een van de mooiste emblemen uit de automobielindustrie (het rode kruis op witte ondergrond van de stad Milaan en de slang uit het wapen van de Visconti-familie), maar Alfa Romeo stond van meet af aan ook voor superieure techniek op het gebied van de bouw van motoren en auto's. Auto's werden in die tijd nog op de weg getest en niet in windtunnels: 10 overwinningen in de Targa Florio (de oudste autorace ter wereld), 11 overwinningen in de Mille Miglia en 5 wereldkampioenschappen maakten van Alfa Romeo een mythe.